10. Epiloog

Jasmine wist precies what Thomas ging zeggen, dus ze was hem voor. “Laat me raden. Weer tanden van de Connidoe?”

Hij knikte en borstelde voorzichtig zand van het fossiel. Na elke veeg verzette hij zijn bril, terwijl Jasmine uitrustte in de verkoelende schaduw van een haastig opgezette tent. “Maak toch maar weer een foto.”

Met tegenzin liep ze onder haar beige doek uit, de verzengende hitte in. Meermaals had ze gevraagd of ze alsjeblieft ergens anders opgravingen mochten doen dan de woestijn. Meermaals kreeg ze te horen hoe zij twee de beste waren en dus nodig waren hier.

Ze snapte het niet. Ze vonden alleen maar tandjes van Connidoe, die ze overal vonden. Het was heel nuttig, daar niet van. Je kon ze gebruiken om jaartallen te plakken aan andere dingen die je vond. Zo hadden ze ontdekt wanneer de eerste Gosti begonnen te jagen, en uiteindelijk aapachtigen werden, en toen mensen. Zo hadden ze ontdekt dat de standbeelden van stenen dinosaurussen precies samenvielen met die rampzalige dag dat ze uitstierven.

Maar in deze lege woestijn? Daar—

“Wat is dit?” fluisterde Thomas. Hij veegde tien keer zo snel en liet de bril van zijn neus druipen. Het landde met een kets op een lange ruggengraat, een platte spiraal vlak onder hem. Jasmine dook meteen naast hem en maakte foto’s van elke stap.

“Een slangenhoofd.”

“Onmiskenbaar.”

“Maar … met poten?” Hij veegde de laatste beetjes weg. Deze slang had poten. Geen kleine overblijfselen van poten, maar flinke poten waarop het moet hebben gelopen.

Jasmine leunde voorover en bestudeerde het hoofd. Met steeds kleinere borsteltjes, probeerden ze alles te zien zonder iets te verplaatsen of af te breken. “Ja, duidelijk een holte voor gif, en een kanaal naar de mond om het toe te dienen. Dit was een gifslang.”

Het kleine fossiel lag naast een ander. Een veel groter dier, misschien een olifant of kameel. Het gevecht tussen de twee was voor beide fataal.

Thomas viel met zijn kont hard in het zand, zijn handen schuivend over de grond op zoek naar zijn bril. “Dit verandert alles,” zei hij ademloos. “Iedereen is ervan overtuigd dat slangen uit de zee kwamen en daarom al geen poten hadden. Maar dit zou suggereren dat ze eerst poten hadden, en daarna …”

Jasmine bekeek de tanden. Het leken inderdaad Connidoe tanden, maar ze waren verder gevorderd, en een stuk minder oud. Dit zou het jaartal ook nog eens kunnen veranderen, dacht ze. We hebben goud in handen!

Thomas trok het apparaat uit de tent. Dat was niet de bedoeling: je hoorde eerst heel voorzichtig het fossiel uit te graven en te bewaren, en dan later, op een koele droge plek, de analyse te doen. Maar ze konden niet wachten.

Het apparaat keek welke stofjes er in het fossiel zaten. Sommige stofjes veranderden eens in de zoveel tijd in iets anders. Dat deden ze héél consistent: volgens een formule. Door te zien hoeveel stofjes veranderd waren, kon je dus terugrekenen uit welke tijd een fossiel moest komen. De mensen waren nu al zo ver gevorderd dat een apparaat dit binnen enkele seconden kon.

Ze hadden verwacht het jaartal van de Gifgordel te zien. De theorie was dat deze rivier de dieren gif had gegeven. Dat deze gebeurtenis had gezorgd dat de meeste landdieren stopten met vissen in het water. De gordel bestond nog steeds: hij was minder giftig, en de mensen probeerden het te zuiveren, maar het wilde nooit helemaal lukken.

Maar iedereen twijfelde aan de theorie. Want waarom konden ze geen bewijs vinden? Bewijs van al die eeuwen tussen de Gifgordel en het moment dat gif ineens in heel veel dieren zat? Waarom was dat een zwart gat? Wat de Gifgordel had veroorzaakt wisten ze óók niet precies. Meer onderzoek was nodig—het was altijd nodig.

Het jaartal dat ze kregen was een stuk later. En het paste precies bij het begin van het tijdperk van de Giftige Beet.

Jasmine viel Thomas om de hals. “Dit is de eerste gifslang geweest! Hier begon het allemaal. Dankzij dit dier kregen andere diersoorten links en rechts ook gif.”

Weer een mysterie ontrafelt! En deze keer staat onze naam erbij. Ze wist dat Thomas daar niks om gaf. Hij leek het leuk te vinden om in een hete woestijn naar kleine botjes te graven, puur vanwege het werk. Ach ja, samen waren ze een goed team.

Hij die werkte en dingen ontdekte.

Zij die zich kapot schrok en per ongeluk het fossiel afbrak.

“KROKODIL! KROKODIL! KROKODIL!”

Thomas keek om zich heen. Hij zag niks. Behalve dan dat naast het slangenfossiel iets anders lag. Een paar houten blokken die, als je er met wat fantasie naar keek, en je ogen dichtkneep, een schildering van een krokodil voorstelden.

En daarnaast een bijzonder boek. Het schitterde feller dan de zon, zelfs als het in schaduw lag. Het lag opengeslagen op een pagina met een beeld dat Thomas wél angst aanjoeg: een monster zo groot als een planeet.

 

En zo ging het leven door …

Ander verhaal?

Deze knoppen gaan naar de verhalen hiervoor (links) en hierna (rechts).

Kies het lettertype dat je leuk vindt.

Boek

Modern

Speels

10. Epiloog

Jasmine wist precies what Thomas ging zeggen, dus ze was hem voor. “Laat me raden. Weer tanden van de Connidoe?” Hij knikte en borstelde voorzichtig zand van het fossiel. Na elke veeg…